Vincentius, vader van de armen
Toen onze congregatie werd opgericht, kreeg ze Sint Vincentius als beschermheilige. Dit is meer dan zomaar een devotie. We volgen namelijk in ons religieuze leven een model na dat door Vincentius is aangereikt.
Vincent de Paul (1581-1660) wordt ook wel de ‘vader van de armen’ genoemd. Als geen ander ijverde hij ervoor dat de kerk aanwezig zou zijn onder de allerarmsten. Zelf gaf hij het voorbeeld door onvermoeibaar stad en land af te reizen en waar nodig te zorgen voor de verdeling van voedsel en kleding, opvang van weeskinderen, verpleging van zieken en gehandicapten en onderwijs aan analfabeten. Ook geestelijke zorg was van belang, hij ving vluchtelingen op en begeleidde gevangenen.
Mattheüs 25
Door deze dingen te doen, verkondigde hij het evangelie, in het bijzonder het vers: ‘Alles wat je voor een van de minste broeders en zusters van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan’. Vincentius deed al die dingen niet alleen, maar wist veel andere mensen te bewegen om zich met hem in te zetten voor het werk van barmhartigheid. De kerk heeft Vincentius dan ook tot schutspatroon verklaard van de caritas-instellingen, oftewel alle initiatieven van liefdadigheid uit katholieke kring.
Rijk en arm bij elkaar brengen
Vincentius had een wijde blik en keek verder dan de meeste anderen. Hij werd geboren in een grote en eenvoudige boerenfamilie in de Landes in Zuid-West Frankrijk en koos ervoor om priester te worden. Hij was pas 19 jaar oud toen hij zijn wijding ontving. Hij kreeg de kans om te gaan studeren aan de universiteit van Toulouse, daar haalde hij een graad in de rechten. Vandaar vertrok hij naar Rome waar hij kennis maakte met enkele priesters die in de sloppenwijken van de stad werkten.
Enkele jaren later werd hij pastoor in Parijs, waar hij een apostolaat onder de armen begon. Maar hij kreeg er ook goede ingangen bij adellijke families en onderhield contacten met het hof. Typerend voor Monsieur Vincent was dat hij met rijk en arm kon omgaan en deze in de maatschappij zo streng gescheiden groepen ook bij elkaar kon brengen.
Kringen van liefdadigheid
Hij begon bijvoorbeeld met een kring van welgestelde dames, de Dames de la Charité, de Dames van Liefde, de armen- en ziekenzorg in zijn parochie systematisch aan te pakken. Dat was een nieuw model en het sloeg aan: in veel andere parochies ontstonden ook zulke kringen. Ook verzamelde Vincentius enkele priesters om zich heen en begon met wat de Congregatie van de Missie zou worden: een organisatie voor katholiek ontwikkelingswerk die een enorme activiteit ontplooide, in de stad maar vooral op het arme platteland.
Dochters derLiefde
Omdat er nog zoveel meer werk was in zorg en onderwijs en de deftige dames maar beperkt inzetbaar waren, begon Vincent ook met zusters, die hij Filles de la Charité noemde, Dochters der Liefde. Aan het eind van zijn leven gaf Vincent leiding aan honderden mensen – priesters, leken en religieuzen – die hun leven aan de barmhartigheid wijdden: op scholen en in kinderhuizen, in klinieken en sterfhuizen, in gevangenissen en noodhospitaals in de oorlogsgebieden.
Kloosterleven binnenstebuiten
Om deze concrete religieuze toewijding mogelijk te maken, moest Vincentius wel eerst de bestaande kloostervormen vernieuwen: de meeste religieuze gemeenschappen van zijn tijd hadden namelijk een vrij gesloten karakter en waren sterk naar binnen gericht. Daardoor was het veel moeilijker om zich in te zetten voor de armen en mensen in nood. Vincentius brak die vorm open: ‘ons klooster, dat is de wereld’. Ook de dagindeling van zijn gemeenschappen veranderde: er waren vaste momenten van gebed en regelmatige samenkomsten van de hele gemeenschap, maar de meeste tijd werkten deze mannen en vrouwen buitenshuis, overal waar ze nodig waren. Dat dat wel een kwetsbare vorm was, besefte hij goed, daarom was het extra belangrijk om te zorgen voor een goede motivatie en stevige balans. Religieus leven betekende voor Vincentius: ‘zich met de rechterhand aan God houden en met de linkerhand de bezigheden verrichten’. Dat was een radicaal beginsel en soms ook een lastig spanningsveld. Een gevleugelde uitspraak in dit verband was ook: ‘God om God verlaten’. Nood breekt wetten, soms is het nodig om bepaalde religieuze vormen los te laten, om op die manier gehoor te kunnen geven aan het appèl van God.
Midden in de wereld
Na de dood van Vincentius hebben veel ordes en congregaties deze door hem ingevoerde, open en actieve vorm van religieus leven overgenomen. Ook onze congregatie is vormgegeven naar het Vincentiaanse model: onze huizen staan midden in de wereld, ook wij zijn ‘actieve’ religieuzen en veel van ons werk richt zich op mensen die arm zijn of in de marge van de samenleving leven (armoede kan veel verschillende gedaanten hebben). In onze organisatie, ons werk en onze visie op kerk-zijn laten we ons dus nog altijd door Vincentius inspireren.