Elke dag een paar uur lezen en studeren.

Sporen van God


Frater Pieter-Jan van Lierop is een markante figuur.  Op 20-jarige leeftijd is Pieter-Jan als frater ingetreden. Na zijn opleiding werkte hij als onderwijzer, onder andere in Amsterdam in de Jordaan. In 1979 werd hij uitgezonden naar Indonesië, waar hij vervolgens bijna 30 jaar werkzaam is  geweest.

Ik spreek hem in zijn kamer in het Generalaat waar hij in zijn comfortabele stoel met uitzicht naar buiten vertelt over wat broederschap voor hem betekent. Op een tafeltje naast zijn stoel ligt een stapel boeken die hij momenteel aan het lezen is. In alle jaren dat hij frater is, besteedt hij elke dag een paar uur aan lezen en studeren.

Pieter-Jan omschrijft broederschap als het goddelijke zoeken en vinden in de ander. In elke ontmoeting en relatie kunnen we sporen van God ontdekken, zo vertelt hij. “Die sporen van God, dat kan van alles zijn: een glimlach, een uiting van dankbaarheid, een gebaar of een woord. Daarvoor hoeft die ander helemaal niet je vriend te zijn; het kan een volstrekt vreemde zijn, of zelfs iemand die je misschien niet zo graag mag. Je kunt in die ander een stukje van het mysterie van God ontdekken. En vanuit dat goddelijke worden we geïnspireerd om barmhartig met elkaar om te gaan.”

Om die sporen van God in de ander te ontdekken vindt frater Pieter-Jan het belangrijk om ook tijd te besteden aan meditatie en reflectie. “In reflectie kun je terugblikken op ervaringen en ontmoetingen.  Iedereen kan daarvoor  een eigen plek, een ‘heiligdom’ creëren, waar je je kunt terugtrekken en jezelf open kunt stellen voor God.” Voor Pieter-Jan is die plaats de stoel in zijn kamer, waar hij kan nadenken en bidden.

Hij legt mij uit dat je ervaringen zou kunnen indelen in drie categorieën: de zintuigelijke, de emotionele-relationele en de spirituele ervaringen. In deze laatste categorie kunnen we een glimp van het goddelijke opvangen, sporen van het mysterie die overal rond ons en in ons aanwezig zijn. “We moeten ze leren zien en herkennen. Maar uiteindelijk is alles wat we meemaken in het leven, de mensen die we ontmoeten, en de sporen van God die we in de ander mogen ontdekken, pure genade.”

Marian Veenker

(voormalig secretaresse van het Generaal Bestuur)